De Reuzenberenklauw

De Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) is een enorme schermbloemige, afkomstig uit de Kaukasus, die plaatselijk voor overlast zorgt. De plant verdringt met haar grote bladeren alle inheemse plantensoorten. Bovendien leidt het sap van de plant, in combinatie met zon, tot erge brandwonden! Die wonden genezen maar moeilijk, het herstel kan maanden duren.
Daarom zijn we deze plant liever kwijt dan rijk. Kleine groeihaarden zijn eenvoudig te bestrijden, maar grote worden moeilijker, én gevaarlijker. Wees er dus op tijd bij!
Weet je er staan ? Meld het ons !


milieu@affligem.be
T 053-64 00 10


Hoe herkennen ?

Er zijn veel soorten planten met van die witte bloeischermen. Ze behoren allemaal tot de familie van de ‘schermbloemigen’.

Deze grote soorten lijken er het meest op:

 

Reuzeberenkauw1         Reuzeberenklauuw2

Reuzen-berenklauw

Heracleum mantegazzianum

 

Gewone berenklauw

Heracleum sphondylium
 
Reuzeberenklauw3  

Reuzeberenklauw4

Gewone berenklauw

Heracleum sphondylium

 

Grote engelwortel

Angelica archangelica  


Meestal zijn de schermen wit, maar soms zijn ze geel, zoals bij Pastinaak. Sommige zijn eetbaar (wortel, selder, peterselie, …), andere zijn giftig (Gevlekte scheerling), eentje vormt een lastig onkruid in moestuinen (Zevenblad). Maar allemaal bieden ze ideale landingsplatformen voor insecten die er nectar en stuifmeel komen halen, zoals bijen en vlinders. Deze planten zijn daarom erg waardevol in de natuur!
Het zou jammer zijn dat de verkeerde soorten worden aangepakt. Enkel de Reuzenberenklauw veroorzaakt  grote problemen.


Let daarom op de belangrijkste kenmerken:

  • het enorme formaat : tot 5 m hoog!  Andere schermbloemigen reiken hooguit tot 2 à 3 m
  • de grote bloemschermen zijn groter dan een flinke pizza (30-50 cm), bij de andere soorten is de diameter hooguit 20 cm, en vaak veel minder. Bloeit wit. Onrijpe zaden zijn groen, maar kunnen nog afrijpen als je ze laat liggen. Rijpe zaden zijn bruin en komen makkelijk los !
  • de dikke stengel is 5 tot 10 cm dik, veel dikker dan alle andere soorten; er staan harde haren op (niet aanraken!) en de stengel staat vol met paarsrode vlekken en strepen. Er zijn nog soorten met zulke kleuren op de stengel, maar die is nooit zo dik (hooguit 3 cm).
  • de bladeren zijn ook erg groot, tot meer dan 1 meter per blad, met scherp driehoekige insnijdingen en een duidelijk ‘gezaagde’ bladrand (lijkt op tanden van een zaagblad). De kleur van de bladeren is lichtgroen tot donkergroen en is zwak glanzend.

 

De Gewone berenklauw, een inheemse soort die talrijk voorkomt in bermen en ruigtes, lijkt er nog het meest op. Die is wel fors maar lang niet zo hoog: 1 tot 2 m, uitzonderlijk 3 m. De Gewone heeft mat gekleurde bladeren die niet spits maar afgerond ingesneden zijn. De stengel is veel dunner (2 à 3 cm). Let op: ook van het sap van de Gewone berenklauw kun je in combinatie met zonlicht huidirritatie krijgen, maar lang niet zo erg als bij de Reuzen-berenklauw. De Gewone berenklauw hoeft daarom zeker niet bestreden te worden, het is een erg waardevolle zomerbloeier in bermen en bosranden !